Home Over onze gemeente Nieuws Activiteiten + Agenda De Schakel Zending Contact

Artikel 10 - Doop en Avondmaal

De doop door onderdompeling wordt in de Bijbel als een opdracht weergegeven.

Matt. 28:19: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de  heilige Geest, ...”

Hand 2:41: “Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend”.

Dopen en gedoopt worden is een daad van gehoorzaamheid aan de Heer en aan zijn woord. Als we willen groeien in ons geloofsleven, dan zullen we die stap van gehoorzaamheid moeten doen. Als iemand zegt dat hij/zij met de doop wil wachten tot het duidelijk is dat het inderdaad de wil van de Heer is – is dat vreemd. We hoeven die wil niet te zoeken, die is al geopenbaard. In het boek Handelingen, bij de eerste christenen, lezen we dat allen die tot geloof kwamen onmiddellijk gedoopt werden. We lezen nergens dat ze eerst een studie over de doop kregen. Het was vanzelfsprekend dat je gedoopt werd.

Wie behoort er gedoopt te worden?

De Bijbelse maatstaf kunnen we vinden in Handelingen 2:38: “Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden’.

Hier is de volgorde dus: bekering – doop – vervulling met de H.G. De volgorde van de eerste twee punten vinden we ook in Matt. 28:19 en Mark. 16:16. Nergens in het N.T. vinden we ook maar enige tekst, waarin staat dat er een zuigeling werd gedoopt. Alleen bij de gevangenbewaarder van Filippi zou je het zo kunnen uitleggen dat er waarschijnlijk ook baby’s geweest moeten zijn, maar dat is niet erg overtuigend. Hand. 16:33: “Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt”. “Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde”. (vers 34)

De basis voor de doop is een persoonlijk geloof in de Here Jezus Christus als onze Verlosser en Zaligmaker. In sommige kerkelijke kringen wordt de doop (besprenging) zo snel mogelijk na de geboorte toegediend om er zeker van te zijn dat de dopeling (baby) behouden zal zijn. Toch lezen we in de bijbel dat niet de doop, maar het geloof maatgevend is voor het behoud. Mark. 16:16: “Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld”. Lukas 23:43: “Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn’.

Hoe moet er gedoopt worden?

Matt. 3:6: “En ze lieten zich door hem (Johannes de Doper) dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden”.

Joh. 3:22, 23: “Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en doopte er. Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied”.

Jezus zelf liet zich op die manier door Johannes dopen, hoewel Hij zonder zonden was en de doop helemaal niet nodig had. Hij liet zich in de rivier dopen: “Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde”. Mat. 3:16

Het is duidelijk dat de doop in water gebeurde. In de grondtekst van de Bijbel is het woord voor dopen ‘baptizein’, wat ‘onderdompelen’ betekent. (er is maar één betekenis)

De doopformule

Matt. 28:19 “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, ...”

Wat wordt in de doop tot uiting gebracht?

Begrafenis en opstanding, het oude leven is voorbij en men staat op in het nieuwe leven. De doop is een symbolische daad. We beelden er iets mee uit. Door de doophandeling verandert er niet iets: de doop zegt wat er gebeurd is. De dopeling is al begonnen te wandelen in nieuwheid des levens.

Col. 2:12, 13: Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold”.

Rom. 6:4: “We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden”

De doop als getuigenis - het bewijsstuk is uitgewist

De doopdiensten zijn openbaar en worden vaak en graag gebruikt als evangelisatiemiddel: we getuigen er iets mee:

  • aan de overheden en machten (de boze heeft iemand moeten prijsgeven aan Christus)
    Col. 2:14, 15: “Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd”.
  • aan de buitenwereld – vaak komen er familie en vrienden de doopdienst bijwonen. De doop was een geweldig getuigenis in de eerste christelijke gemeente. De nieuwe christenen vormden een voorbeeld naar de wereld toe en hadden eenheid onder elkaar.
    Hand. 2:41, 42: “Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap (koinonia – niet ‘gemeente’), braken het brooden wijdden zich aan het gebed”. (ook vers 46 en Hand. 20:7 - feest van het Ongedesemde brood)

Het Heilig Avondmaal

Jezus heeft zelf het avondmaal ingesteld.

Matt. 26:26: “Toen ze verder aten (pesachmaal/feest van het Ongedesemde brood) nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam’. En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden”.

Paulus zegt in 1 Cor. 11:23: “Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf”.

Luk. 22:19b: “Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken”. Hieruit blijkt dat het de bedoeling van de Here Jezus was dat het Avondmaal ook na zijn heengaan gevierd zou worden. “Doet dit tot mijn gedachtenis”. (NBG)

Gedachtenismaal

Wij vieren als gedachtenis wat onder het O.T. behalve een herinnering ook een vooruitblik gaf. Tijdens de viering van het Pascha werd een offerdier geslacht en het vlees daarvan werd gegeten en het bloed werd een symbool van de verlossing (van de dood voor het volk van Israël in Egypte). (Ex. 12:3-14)

Ex. 12:14: “Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de Heer. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren”.

Het brood en de beker (vrucht van de wijnstok) duiden op het lichaam en het bloed van de Heer Jezus.

Voor Israël vormde de Paasmaaltijd een gedachtenis aan de verlossing uit Egypte en een vooruitblik naar een betere verlossing door het volmaakte offerlam dat komen zou, de Messias. Daarom reserveerden zij bij de Paasmaaltijd altijd een beker voor de Messias voor het geval dat Hij op dat moment zou komen om de belofte van het Messiaanse maal te vervullen (Jes. 25:6-9) Wellicht heeft Jezus deze speciale beker gebruikt om aan te geven dat nu het moment was aangebroken dat de Messias gekomen was. Voor ons vormt het Avondmaal een gedachtenis aan Jezus’ kruisdood op Golgotha, toen Hij zijn lichaam en zijn bloed gaf voor onze zonden.

Totdat Hij komt

Het avondmaal heeft ook een duidelijke verwijzing naar de toekomst:

1 Cor. 11:26: “Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt”. Het is een opdracht dit avondmaal te blijven vieren totdat Hijzelf er weer aan gaat deelnemen. Dat kan pas nadat er heel wat profetie is vervuld. Jezus duidde zelf op dat moment bij de instelling van het avondmaal:

Matt. 26:29: “Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader”. Jezus zou hier kunnen duiden op de bruiloft van het Lam waarover we kunnen lezen in Openb. 19:6b-9.

Bronvermelding
‘Geloof om op te bouwen’ door J.W. Embregts
Bijbel (NBV)